Richtlijnen omgang

De volgende richtlijnen helpen kinderen met symptomen van ADD en ADHD om meer in hun kracht te komen.

Richtlijnen voor zowel opvoeders als leerkrachten en begeleiders

  1. Zorg voor zo veel mogelijk structuur en regelmaat. Dit helpt de impulsiviteit en chaos te beheersen.
  2. Hanteer een duidelijke dagindeling en vaste regels en wees consequent in het toepassen ervan. Dat geeft structuur en houvast, en daarmee rust.
  3. Anticipeer zo veel mogelijk op ongewenst gedrag en laat duidelijk en consequent merken wat wel gewenst gedrag is. Het gaat hierbij vooral om sociale omgangsvormen en emotionele uitingen.
  4. Belonen is veel belangrijker dan bestraffen. Probeer zo veel mogelijk straffen te vermijden en zoek telkens naar mogelijkheden om te prijzen.
  5. Wees steeds opbouwend en positief, geef dus veel en vaak complimentjes.
  6. Geef altijd het goede voorbeeld van wat je verwacht van het kind.
  7. Probeer je te verplaatsen in het kind, wat het denkt, vindt en voelt.
  8. Stel prioriteiten, geef duidelijk aan wat je verwacht en laat het kind een taakje afmaken voordat het aan het volgende begint. Beloon ook telkens als een taak is afgerond.
  9. Zorg ervoor dat het kind regelmatig rust-, ontspannings- en ontladingsmomenten heeft.
  10. Bereid het kind zo mogelijk voor op veranderingen die eraan komen, of activiteiten die gaan plaatsvinden.
  11. Geef het kind een eigen taak of verantwoordelijkheid. Klein en overzichtelijk en beloon bij geslaagde uitvoering.

Richtlijnen specifiek voor leerkrachten en begeleiders

  1. Algemene tip: Realiseer je dat geen leerling met ADHD hetzelfde is. Wat je als leerkracht beslist niet moet doen is op alle slakken zout leggen, de strijd aangaan of je boos maken. Wat je wel kunt doen is de leerling in zijn waarde laten en duidelijke grenzen stellen.
  2. Geef de leerling een vaste plaats in de klas en kijk hem/haar veel en goed aan.
  3. Houd het concreet en eenvoudig bij het uitleggen van taken en bij het aanleren van nieuw gedrag.
  4. Werk met codes om elkaars aandacht te trekken. Maak hierover duidelijke afspraken. Zo kun je wanneer nodig individuele aandacht geven zonder de voortgang in de klas te verstoren.
  5. Werk met korte opdrachten en geef duidelijk het begin en eind van de opdracht aan.
  6. Zorg voor variatie door de leerstof op verschillende manieren aan te bieden en herhaal de instructie een paar keer.
  7. Zoek in geval van relationele of emotionele escalaties zo nodig collegiale of professionele ondersteuning. Probeer niet alles alleen op te lossen.
//]]>